Als u over een
snelle internetverbinding beschikt, kunt U achtergrondmuziek - César
Franck: Cantabile - afspelen. Met toestemming van organist en uitgever
Ton Reijnaerdts.
Links van de
hoofdingang de gedenksteen ter herinnering aan de eerste steenlegging
van 4 juni 1921 - een chronogram in Art Deco stijl. De afbeelding boven
de tekst is een zegenend H. Hart.
De
tekst luidt: o.saCrVM
Cor.JesV.ChrIstI
tIbI.sVrgIt
haeC.
aeDes.
De V moet gelezen worden als de letter U. Vertaling: O, heilig Hart
van Jezus aan U is dit gebouw opgedragen. De Romeinse cijfers
CVMCIVCIIIIVICD vormen samen het
jaartal 1921.
Koepelkerk
en omgeving tussen 1921 en 1925. Ansichtkaart uit de collectie Stichting IN DE
KIEKKAS - Breur Henket.
VOORWOORD
1921 gaf
pater H.
Luijten, priester van het Heilig Hart, aan de architecten Alfons Boosten (toen 27
jaar oud)
en Jos Ritzen (23 jaar oud) opdracht tot het bouwen van de Heilig Hartkerk in
Maastricht.
De
Congregatie van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus -
Congregatio Sacerdotum a Sacro
Corde Jesu (S.C.J.) - werd gesticht
door
Pater Léon Dehon.Hij reageerde op
de nood van de arme bevolking van de verwaarloosde fabrieksstad St. Quentin in
Noord Frankrijk. Zijn aanpak en initiatieven om zijn medemensen uit deze ellende
te halen, vonden weerklank bij duizenden. In
zijn sociaal apostolaat
was Léon Dehon voor alles een leerling van Jezus, die
Zijn Hart openstelde voor de rechtelozen en minstbedeelden. In de geest van
Jezus van Nazareth wilde hij die vrede en gerechtigheid onder de mensen gestalte
geven. Daartoe stichtte hij een gemeenschap van mensen, spoorzoekers, christenen die
daaraan actief en biddend wilden werken. Er zijn nu ruim 2500 volgelingen
van Pater Dehon in 5 werelddelen werkzaam. Binnenkort
zal Pater Dehon zalig verklaard worden.
Alphons Jean Nicolas Boosten
(1893-1951) werd geboren in Maastricht als de zoon van een
drukker. Na in zijn jeugd lessen gevolgd te hebben in
architectonisch tekenen en tijdens zijn diensttijd de school
voor architectuur in Amsterdam te hebben gevolgd, stichtte
Boosten in 1920 samen met Jos Ritzen een architectenbureau in
Maastricht. De eerste grote opdracht was die voor de Heilig
Hartkerk in die stad in 1921. Rond diezelfde tijd kreeg het duo
opdracht om een nieuwe kerk voor Eygelshoven te ontwerpen. Beide
kerken waren zeer omstreden, vooral de Heilig Hartkerk die voor
die tijd zeer modern was, zeker voor Limburg waar de neogotiek
nog nauwelijks terrein had prijsgegeven. Ondanks de vaak felle
kritiek werden beide kerken gebouwd, al is de Heilig Hartkerk
nooit helemaal volgens plan voltooid. Het duo wist nog een
kerkelijke opdracht in de wacht te slepen, voor de vergroting
van de kerk van Margraten, maar daarna hield het op. De
eigenzinnige stijl die Boosten en Ritzen in hun werk toepasten
kon geen genade vinden in de ogen van de conservatieve
katholieke clerici, en ondanks de bijval die de architecten
kregen van collega's uit de rest van het land, o.a. van de
invloedrijke Jos Cuypers, bleven verdere grote opdrachten uit.
In 1924 vertrok Ritzen naar Antwerpen en ging Boosten alleen
verder.
Jos Nelissen
en Jac. van Term: Kerken van Maastricht, een
initiatief van het kerkbestuur van de parochie van de H.
Lambertus te Maastricht.-
Maastricht 1979.
W.A.A. Mes: De
Koepelkerk - Maastrichts Silhouet nr. 46, een uitgave van
Stichting Historische Reeks Maastricht - Maastricht 1997.
H.J.M. Heesters s.c.j.: Kunst in de Koepelkerk van Maastricht - De ramen van
de Koepelkerk - Maastricht 2007.
H.J.M. Heesters s.c.j.: Kunst in de Koepelkerk van Maastricht -
Rondwandeling door de Koepelkerk - Maastricht 2007.
H.J.M. Heesters s.c.j.: Kunst in de Koepelkerk van Maastricht -
In de nevenruimten. Kruisweg Charles Eijck. Appendix - Maastricht 2008.
De kerk werd in drie etappes gebouwd: 1921 de centraalbouw; 1929
de doopkapel en achterste uitbouw met zangkoor; In 1953 de ingang aan de
Heerderweg en de zijbeuk rechts met
aansluitend de Gerarduskapel (dagkapel), zodat er nu ongeveer 1200 zitplaatsen
zijn. Veel befaamde Nederlandse en tevens regionale kunstenaars hebben meegewerkt aan de verfraaiing
van deze kerk; Henri Jonas (1878-1944) ontwierp alleen al 22
gebrandschilderde ramen en vervaardigde een unieke muurschildering. Werk van
rector Jo de Visser, Charles Vos, Charles Eyck, Frans Timmermans, Eugène Laudy, Hubert Duys, Herman Hollewand, Cor van
Noorden, Gène Eggen en Marianne van der Heijden werd allemaal harmonisch
gecombineerd in een religieus bouwwerk. Het interieur is al het ware gestoffeerd
met diverse marmersoorten. Duidelijk is een verschil in tijdgeest
en dus stijl te zien in de groep kunstenaars rondom Boosten en de groep onder
invloed van De Visser. De relatief jonge Parochiekerk is een
waar paradijs voor de liefhebber van religieuze kunst, Art Deco, Amsterdamse
school en moderne 20ste eeuwse kunststijlen - een waar monument voor kunst en van bezinning.
Sinds 1995 is de Koepelkerk een rijksmonument.
DE DAGKAPEL EN
DE SINT-GERARDUSKAPEL
H
et licht in de kapel zelf
valt momenteel door twee kleine glasramen, ontworpen en uitgevoerd door pater Jo
de Visser S.C.J. Het oorspronkelijk middelste
raam (nu achter het glas van de nieuwe ingang) toont de
H. Gerardus, omringd door medebroeders, op zijn
sterfbed. Maria verschijnt hem als Koningin des Hemels met het Goddelijke Kind.
Het linker glasraam vertelt hoe Gerardus in een bos de duivel dwong hem de weg
te wijzen naar de kerk; op het rechter raam vermaant de heilige, een man die een
"heiligschennende" biecht gesproken heeft. Het biechten is op de achtergrond
te zien.
Krantenartikel uit januari 1965.
Naast de invalideningang staat het Gerardus-altaar, met het
uit lindehout gesneden Gerardusbeeld, gesigneerd en gedateerd Th. Cox Roermond
1922. De jeugdige Gerardus staat frontaal, met kruis voor de borst; aan zijn
voeten lag ooit een schedel als "memento mori" (niet meer aanwezig).
Het
altaar in de dagkapel is ontworpen door Theo Boosten. De achterwand is een mozaïek
van Marianne van der Heijden (1922-1999). Het mozaïek verbeeldt Christus in de hof van
Olijven en drie slapende apostelen. Rechts en links van het altaar bevinden zich twee eikenhouten
sculpturen van Gène Eggen, voorstellend het H. Hart van Jezus en de H. Petrus Canisius. De glas-in-loodramen zijn van John
Martin uit 1959. Het zijn in overwegend blauw uitgevoerde passiescènes. Tegen de scheidingswand naar de kerk
hangt een op een eikenhouten paneel geschilderde Calvariegroep van Charles Eyck uit
1941.
In
de doorgang tussen beide kapellen Christoffel, een wandsculptuur in beton van
Gerard Hack. De heilige staat in de golven gebogen naar rechts, terwijl het
Christuskind op zijn schouder zit en de wereldbol draagt. Christoffel
ondersteunt Hem met zijn hand op de linkerheup. Aan
de zijde van de Gerarduskapel wordt deze lijdenskapel beëindigd middels 4 reliëfs
in grofkorrelige Franse kalksteen, tussen 1950 en 1960 ontworpen door Cor van
Noorden. De 4 voorstellingen uit het lijdensverhaal zijn: 1 - Christus met zijn
leerlingen op weg naar de Hof van Olijven, 2 - "Kunt ge niet één uur met
Mij waken?", 3 - "Laat deze kelk aan Mij voorbijgaan…", 4 -
"Verraadt ge de Mensenzoon met een kus?"
DE
KOEPEL
G
edragen door acht in de
muren weggedrukte zuilen, overwelven twee boven elkaar gelegen betonnen koepels
(hoogte onderste koepel 29 m., middenlijn 24 m.) het centrale gedeelte van de kerk.
De bovenste koepel ligt twee meter hoger en is met koper bedekt. Vanaf het
zangkoor krijgt men een zeer goede indruk van de afmetingen en het lijnenspel
van het geheel.
DE KRUISWEG
D
e kruiswegstaties die
rondom tegen de muurzuilen zijn aangebracht, zijn o.a. van de hand van Charles Eyck.
Deze in tegelvorm uitgevoerde reliëfs treffen door hun suggestieve uitbeelding.
Vooral de 13de en 14de statie zijn van een
dramatische kracht: omstanders aanschouwen met diepe verering de gestorven Christus.
De eerste statie is door Charles Eyck vervaardigd. De staties werden in wit
bakkende klei uitgevoerd door Frans Timmermans. De pilasters waarop de staties
geplaatst zijn werden in de jaren veertig bekleed met marmer door de firma
Comuth.
U kunt alle kruiswegstaties bekijken door op onderstaande
afbeelding (een voorstudie van de 13de statie, in houtskool, van Charles Eyck,
momenteel in depot) te klikken.
of
HET
VOORMALIGE SINT-JOSEPHALTAAR
Op
het grote raam boven het altaar beeldde Jonas boven aan de harpspelende Koning David uit als stamvader van Jozef en Maria. De zevenarmige kandelaar
is een verwijzing naar
het Joodse Geloof. Daaronder staat de verering van de Heilige Familie. Het linkerzijraam
toont de vlucht naar Egypte; het rechter de dood van Sint Jozef.
In
1967 werd aan de wand onder het raam een orgel van de firma L. Verschueren uit
Heythuysen geplaatst. De muurschilderingen van Eugène Laudy verdwenen hierdoor. In de nis
werd een ruimte voor het zangkoor gecreëerd. Het Jozefbeeld van Frans Timmermans
heeft een nieuwe plaats gekregen tussen Maria-altaar en de H. Hartnis.
HET PRIESTERKOOR
O
p het oosten
- iets afwijkend van de exacte oostligging - ligt het
door architect Boosten ontworpen marmeren hoofdaltaar, dat met zijn machtig retabel en
bronzen kruisgroep de kerkruimte beheerst. Atelier Brom uit Utrecht
ontwierp de bovenbouw en voltooide de beeldengroep en verdere ornamentatie. De
afbeeldingen van de retabel zijn gemaakt door Herman Hollewand. Het zijn
geschilderde opalines (achter glasschilderingen) en zijn voorstellingen van
visioenen uit de Openbaring van Johannes (Apocalyps). Deze opalines kwamen in de
plaats van de houtskooltekeningen van Hubert Duys, een leerling van Henri Jonas.
Hubert Duys (1914-1986) was docent aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten
te Maastricht en had vele, later bekend geworden glazeniers, onder zijn hoede.
Glaskunstenaars als Jerome Goffin, Jos Hermans, Frans Slijpen en Hubert Felix
waren leerlingen van hem. Meer over Bèr Duys op
Kerkhof St.
Pieter Vak S Duys.
Op het koperen onderstuk isde
tekst te lezen:
oblatVs.est.quia.ipse.volVit.Dat
betekent: Hij is geofferd, omdat Hij het zelf heeft gewild.
Onderstaand de houtskooltekeningen van Hubert Duys:
B
oven het altaar een
groots glasraam, definitief door Henri Jonas in 1939 ontworpen en na zijn dood
in 1944 door G. Mesterom in Bunde uitgevoerd. Onder de voorstelling van de H. Geest
in de gedaante van een duif,
zetelt Christus Koning, met zijn doorstoken hart. Als teken
van zijn koningschap zijn naast het hoofd van Christus, links, de koningskroon
en, rechts, de scepter afgebeeld, terwijl de voeten van de Christusfiguur rusten
op twee neergebogen leeuwen, symbolen van de geschapen macht. Daarnaast staan
wierookvat en scheepje, wijzend op Zijn verheerlijking als God. Het onderste
gedeelte van dit raam wordt ingenomen door een kruisgroep: de gekruisigde
Christus en de soldaat die zijn zijde doorsteekt. Onder het kruis groepeerde
Jonas Maria, de wenende vrouwen en de Romeinse honderdman te paard.
Speels is de manier waarop Jonas dit raam signeerde. Het rechterbeen van de
goede moordenaar, links boven Christus, buigt af naar de muur en verdwijnt in de
gapende bek van een vis. Dit herinnert aan het verhaal uit het oude testament
waarin Jonas door een vis werd uitgespuwd. Hier vereenzelvigt de schilder Jonas
zich glimlachend met de goede moordenaar.
Klik op het vergrootglas om op deze foto in te
zoomen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het oorspronkelijke H.
Hartraam beschadigd en na de oorlog hersteld in een vernieuwde vorm. Restanten
van het vernielde raam werden in een nieuwe compositie verenigd en deze
compositie is in het bezit van een parochiaan.
Meer over de ramen van de Koepelkerk kunt U lezen in een
uitgave van H.J.M. Heesters s.c.j.: Kunst in de Koepelkerk van Maastricht - De
ramen van de Koepelkerk - Maastricht 2007. Verkrijgbaar in de kerk.
N
aast dit grote raam
bevinden zich twee kleinere boogvensters, voorstellend, links, Maria met het
Kind, terwijl in de verte de kerk van de Sterre der Zee zichtbaar is, en rechts
Sint Servatius als stadspatroon en de kerken van Sint-Jan en
Sint-Servaas.
D
e smeedijzeren
godslamp,
rechts, werd door atelier Cor Brom uit Utrecht vervaardigd in de vorm van een draak met gespreide
vleugels en gekromd lijf, die zich aan de muur vastklampt. De schaal voor de lamphouder is op zijn kop
geplaatst. Zijn kop wordt verpletterd door het licht, symbool
voor de verrezen Christus. De draak zal in het vervolg zonder poten, als slang,
door het leven moeten gaan. Zie:Drakendoders.
In een Bijbeltekst
uit de Apocalyps (Apocalyps 12,7-9) is te lezen: "Toen brak er in de hemel een
oorlog uit. Michaël en zijn engelen moesten oorlogen tegen de draak. Ook de
draak streed en zijn engelen. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in
de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang,
die Duivel en Satan heet ...".
DE MARIAKAPEL
Boven het altaar een groot glasraam,
het eerste raam dat Jonas voor deze kerk vervaardigde. Hoog zetelt de H.
Drievuldigheid: de Vader, de Zoon en de H. Geest. In het midden van het raam,
Maria die door de inwerking van de H. Geest Christus aan de wereld schonk. De
door engelen omgeven poort, daaronder, toont aan dat de uit Maria geboren
Goddelijke Verlosser de hemelpoort voor ons geopend heeft.
T
erzijde twee kleine boogvensters:
voorstellend, links de boodschap van de Engel aan Maria; rechts het bezoek
aan haar nicht Elisabeth.
U
niek is achter dit door Boosten
ontworpen altaar de schildering - het is de enige muurschildering die Jonas
ooit vervaardigde. Musicerende Engelen brengen hulde aan de Moeder Gods, en
Jonas gaf hun figuur daarbij iets stars en onbeweeglijks om aldus het idee van
onveranderlijkheid en eeuwigheid uit te drukken. Daarnaast staan figuren uit het
Oude Testament: de profeten, Isaias en David, die Maria’s heerlijkheid aankondigden. Op de
binnenvlakken komen dan de heiligen die Maria bijzonder vereerden: links, Sint
Jan, Sint Bernardus en Sint Berchmans: rechts, Sint Dominicus, Sint Theresia en
Sint Agnes. De buitenste vlakken tonen de aartsengelen: Gabriël, die de
blijde boodschap bracht en Michaël als geharnaste ridder - de machtige
aanvoerder van de goede geesten tegen de duivel.
Het
beeld van Maria - de Sedes Sapientiae (Zetel der wijsheid) - dateert
waarschijnlijk uit de 14deeeuw. De naam van de maker van het beeld is
helaas
niet bekend. Dit Middeleeuws beeld werd aangekocht door pater Jo de Visser.
Het
tapijt (ca.1925) voor dit altaar werd naar ontwerp van Jonas uitgevoerd door
weldoeners van de kerk en verbeeldt de zevenkoppige draak, symbool van het
kwade, dat door Maria en haar Kind overwonnen werd.
De muurschildering van
Jonas en het Maria-altaar op een ansichtkaart uit de collectie van Dhr. Wil Lem.
Datum onbekend. Het Mariabeeld is een ander dan het huidige.
DE HEILIGE HART-NIS
Drie glasramen van Jonas
die op de boetvaardigheid betrekking hebben. Links, de vader die zijn verloren zoon met liefde weer opneemt; midden, Christus als de goede herder, met
het verdwaalde schaap op zijn schouders; rechts, Maria Magdalena, de zondares,
die de voeten van Jezus balsemt en met haar hoofdhaar afdroogt.
Hoog hierboven drie andere ramen van Jonas die de vier
Evangelisten uitbeelden, ieder met zijn eigen attribuut: Mattheus met de engel,
Marcus met de leeuw, Johannes met de adelaar en Lucas met de stier.
Het Heilig Hart beeld, vervaardigd uit gips,
van Gerard Hack staat centraal. Voorheen stonden op deze plek de biechtstoelen,
vandaar het thema boetvaardigheid van de glasramen.
DE KOORKAPEL
Op
een klein altaar staat een ontroerende Piëta van Charles Vos (1888-1954). Aan beide
kanten schilderde Daan Wildschut treurende engelen, die in gelaat en gebaren hun
weeklank uiten.
ZIJ-INGANG
R
echts achter in de kerk,
boven de maquette van de kerk zelf, bevindt zich een smal glasraam van H. Duijs
dat het offer uitbeeldt. Op het linker gedeelte de eerste offerdaad van
Christus: zijn geboorte in de stal van Bethlehem. In het midden zijn kruisoffer,
en rechts, het offer van de H. Mis. Zeer kunstzinnig zijn op dit kleine raampje
deze drie voorstellingen gecomponeerd: ze zijn streng van elkaar gescheiden en
vloeien toch, met een wonderlijke kleurschakeling, in elkander over.
ONDER HET OKSAAL
V
oorbij de hoofdingang van
de kerk bevinden zich onder het oksaal drie bijzondere fraaie en merkwaardige
ramen van Jonas, die tezamen de verheerlijking van Maria als koningin van de
hemel, uitbeelden. Op het middelste raam wordt de Zoete Moeder, met een lelie in
de hand, door twee engeltjes gekroond, terwijl twee andere bewierokend hulde
brengen aan de vorstin. Op het linker raam staan de oud
testamentische
vrouwenfiguren die Maria voorafbeelden: Esther, Ruth en Judith. In de verte ligt
het legerkamp waar Judith haar heldendaad - de aanslag op de vijandelijke
bevelhebber - verrichtte. Het rechter raam toont vereerders van Maria: boven
een vrouw met kind, beneden een boerenman. De middelste figuur zit, met een
rozenkrans in de hand, bijna wezenloos op een stoel. Dit is Jonas zelf; hij
maakte deze ramen in de droevige dagen toen hij juist zijn eerste echtgenote
verloren had. Bidden kon hij toen niet meer, meende hij, maar de compositie van
dit raam was een schoon gebed tot zijn Hemelse Moeder.
Het grafmonument van Heni Jonas (*
1878 † 1944) op de R.K. Begraafplaats Tongerseweg te Maastricht.
Een aantal gipsen dodenmaskers van
Henri Jonas geveild in 2007 en 2009 door Venduehuis Dickhaut te Maastricht.
Er zijn klaarblijkelijk meerdere afgietsels gemaakt van het originele
dodenmasker.
Pater Jo de Visser ontwierp de ramen boven de
hoofdingang (1963). Thema’s het Oude en het Nieuwe Testament.
an de linkerzijde van de doorgang
naar de O.L. Vrouw van Banneux kapel hangt een raamwerk, van een voor ons tot nu
toe onbekende kunstenaar, dat ter gelegenheid van het
vijftigjarig jubileum van pater Wijsen werd geschonken. Dit raam hing in het verleden boven de
biechtstoelen die er ooit in de Gerardus-kapel waren, en waar nu de glas-in-lood
ramen van pater De Visser hangen. Pater Wijsen was in de vijftigerjaren een zeer
bekend biechtvader. Het raamwerk geeft het verhaal van de Barmhartige Samaritaan
weer; op de achtergrond is nog net de onhulpzame priester met zijn misdienaar
zichtbaar. Aan de rechterzijde van de doorgang is nog een van de drie
biechtstoelen over die de kerk ooit rijk was.
DE KAPEL VAN O.L. VROUW VAN BANNEUX
T
egenover de Piëta,
tussen twee zware kolommen door, bevindt zich de kapel van O.L. Vrouw van
Banneux, de "Maagd der armen". Haar beeld prijkt op een klein altaar van
kostbaar marmer.
Voor deze kapel
vervaardigde Jonas drie wonderbaarlijke mooie engelenraampjes: links raadt de
engel Rafaël Tobias aan de vis te vangen om met de gal daarvan zijn blinde vader te
genezen; in het midden Jakobs droom van de ladder en de engelen en Elias met de
engel, en
rechts, wordt de arme Lazarus door de engelen in de schoot van Abraham gedragen.
Verwondering staat op zijn gelaat te lezen omdat dit met hem gebeurt, terwijl de
rijke man in het hellevuur verdwijnt. Frappant in deze kleine ramen is de rijke
kleurenverwerking.
Diverse
gekalligrafeerde teksten aanwezig in de kerk werden tussen 1943 en 1946 gemaakt
door Jac Gulikers.
De Parochiezaal
D
e
ramen in de parochiezaal
vervaardigd door pater Jo de Visser
s.c.j. verbeelden de zeven sacramenten: doopsel, vormsel, eucharistie, biecht,
ziekenzalving, priesterschap en huwelijk. De eucharistie, de biecht en de
ziekenzalving zijn afgebeeld:
KUNST BUITEN DE KERK
De
Koepelkerk van het H. Hart van Jezus, is
vanaf zijn eerste bouwplannen voorbestemd geweest om op een ruime manier religieuze
beeldende kunst op te nemen. De bouwmeester Boosten nam blijkbaar al spoedig
contact op met de toenmaals nog aan het begin van zijn ontwikkeling staande
glazenier Jonas. Nu kan men in deze kerk een belangrijk gedeelte van de
ontwikkelingsgang van deze kunstenaar volgen. Ook kregen Charles Vos, Charles
Eyck, Daan Wilschut, Maria van der Heyden, Hollewand en andere kunstenaars in de
loop van de tijd een kans in deze kerk, terwijl verschillende antieke beelden
werden aangeschaft. Zo bood de voormalige rectoraatskerk aan de kunstminnaar een
rijke collectie van soms minder, soms meer in het geheel geïntegreerde
kunstwerken.
Zoals
de ramen van Jonas tot een onafscheidelijk geheel met de architectuur van de
kerk moesten vergroeien, zo had architect Boosten aan de buitenzijde van het
gebouw een aantal vooruitspringende bouwstenen bestemd voor monumentale
beeldhouwkunst. De door Boosten gedachte
torens ontbreken nog steeds. Omstreeks 1960 kreeg de steeds op waardige
artistieke versiering beluste leiding van deze kerk de mogelijkheid om de
beeldhouwer Piet Killaars uit Maastricht (geboren te Tegelen 1922) aan
te zoeken, alvast een eerste begin te maken met dit tot nu toe verwaarloosde
deel van de monumentale artistieke aankleding. Hij kreeg de eerste groep van
twee blokken te kappen, die samen met nog twee andere van deze groepen, de 4 blokken aan de ingangspartij en 12 blokken onder de koepel, gezien kunnen
worden als behorende tot een cyclus. Aanvankelijk was de opzet van de
beeldhouwer de hele serie van deze bouwblokken tot een inhoudsgeheel te
verwerken. Hierbij werd gedacht aan een uitbeelding van de verlossing. Adam en
Eva zouden de zondeval symboliseren, Maria als moeder van de verlosser en
Christus die door zijn kruisdood de mens de toegang tot de hemel weer opende,
zouden de hoekstenen vormen. De vier evangelisten aan de ingangspartij en de
twaalf apostelen onder de koepel sloten deze cyclus af.
Jammer
genoeg is alleen de groep van twee blokken aan de westelijke zijkant
klaargekomen. Piet Killaars beeldde hierop uit: een madonna met aan de voet
daarvan de annunciatie (aankondiging), en de in het openbaar lerende Christus met de
kruisiging. In de uitbeelding lijkt hij zich te hebben laten leiden, niet
slechts door de vorm van, maar ook door de tijdstijl van de kerk. Hij was hierin
zeker niet vooruitstrevend, eerder behoudend in zijn manier van uitbeelden. Er
zijn werken bekend van Piet Killaars, die origineler en moderner georiënteerd
zijn. De poreuze samenstelling van de tufsteen doet een onregelmatig oppervlak
ontstaan, dat de beeldhouwer benut heeft, om het licht voldoende speling te
geven op zijn reliëfs. De vormen moeten daarom goed geaccentueerd worden, zodat
forse schaduwlijnen of schaduwvlakken kunnen ontstaan en er een duidelijke
aftekening kan plaatsvinden.
Met dank aan pater Harrie
Heesters, Jac van den Boogaard, Breur Henket, Jozeph van der Leegte en vele
anderen voor de geleverde achtergrondinformatie en/of andere activiteiten. Ook
werd gebruik gemaakt van de informatie opgedaan tijdens de inventarisatie van het kerkelijk kunstbezit uitgevoerd in opdracht
van het Bisdom Roermond.